Nieuws, repo's en film

Gemengde gevoelens na de bevrijding

Overal op Voorne vierde men de bevrijding. Een bevrijding die in 1945 met horten en stoten op gang kwam.

De Duitsers liepen die eerste dagen nog gewapend rond. In combinatie met hun onzekere toekomst bleek dat een letterlijk explosieve combinatie: de commandant van batterij Beatrix in Rockanje wilde zich overgeven aan de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, en kreeg van een collega een boobytrap aan zijn voordeur. Hij overleefde de aanslag. Overal op het eiland vonden vuurgevechten tussen de Duitsers plaats.

Pas op 9 mei verschenen de eerste geallieerde militairen. Captain Arthur L. Cary sprak in Brielle op de Markt een verzamelde menigte toe, en op 11 mei sloegen de eerste bevrijders hun bivak op het eiland op. Met het verwijderen van de Duitsers moesten ook de collaborateurs het ontgelden. Op Voorne werden er zo’n 200 opgepakt. Inclusief burgmeester Van ’t Hof, die als NSB’er Brielle bestuurde. Hij werd zoals we zien op de foto als trofee door de stad geleid en – op zijn Rotterdams gezegd – verrot gescholden.

Naast de vreugde was er veel ellende. Een groot deel van Voorne was geïnundeerd, vaak met zout water. In Zuidland waren bommen gevallen. In Spijkenisse worstelde men met een tyfusepidemie. De duinen waren verwoest door honderden bunkers, radars en versperringen. Brielle leed nog onder de bommen op de meisjesschool. De halve vesting van Hellevoetsluis was afgebroken. Eilanders die hun woning moesten verlaten keerden terug. Of niet, als ze minder fortuinlijk waren, zoals gold voor de Joden. Men was kortom blij, en verdrietig.

Delen: